Geef jeugd kracht...
Blog

Experience binnen het onderwijs

Experience oftewel het creëren van een belevenis rondom je product, dienst of merk is in het bedrijfsleven een hot item. Binnen het onderwijs wordt er nooit gesproken over het creëren van belevenissen in de lessen. Belevenissen creëren binnen het onderwijs kan ervoor zorgen dat het onderwijs boeiend blijft en de studenten plezier gaan krijgen in het onderwijs. Voornamelijk voor MBO studenten is dit een goede aanpak, omdat zij behoefte hebben aan onderwijs vanuit een praktische invalshoek. Dan beklijft de overgebrachte kennis ook beter. Zoals Einstein ooit zei: “Educatie is de kennis die overblijft na een opleiding”. Een hot item op dit moment is het kleinschaliger maken van MBO scholen en dit gaat hand in hand met het creëren van belevenissen binnen het onderwijs. Ik ben een groot voorstander van kleinschalig onderwijs. Het is belangrijk dat een school een school blijft en geen fabriek. Dat een student een student is en geen nummer. Binnen het onderwijs moet de toegevoegde waarde voor de student, het bedrijfsleven en de maatschappij centraal staan. MBO scholen beloven meer dan ze waar kunnen maken, waardoor je teleurstellingen krijgt bij studenten. Dit is tevens een oorzaak van schooluitval.  MBO scholen zijn meer bezig met het binnenhalen van studenten dan het behouden van studenten. Terwijl het juist van essentieel belang is voor duurzaam onderwijs dat je leerlingen behoudt en klaarstoomt voor de vervolgstappen in een verdere carrière. Belangrijke vragen hierbij zijn: Hoe creëer je belevenissen binnen het onderwijs? Hoe geef je dit vorm? Hoe zorg je ervoor dat jij je lesdoelen behaalt en de overgekomen kennis beklijft?

Uniek aan dit onderwijsconcept is, dat de lessen vanuit een zeer praktische invalshoek worden opgezet. Doen en actief leren spelen een centrale rol binnen het creëren van belevenissen in het aangeboden onderwijs. Het implementeren van belevenissen binnen het onderwijs vergt een aantal belangrijke stappen. De eerste stap binnen het creëren van een belevenis is: ken je doelgroep. Elk doelgroep heeft zo zijn eigen wensen en behoeften en hoe ga je daar op inspelen?

Voorbeeld: Indien ik het creëren van belevenissen wil toepassen binnen jeugdinstellingen, moet het voor mij duidelijk zijn met welke doelgroep ik te maken heb. Ik ga mijn doelgroep kenmerken: leeftijd, geslacht, situatie, achtergrond, niveau etc. Ik weet dat mijn doelgroep verhard is en weinig toekomstperspectief ziet. Nu ik mijn doelgroep helder voor ogen heb, kijk ik naar de wensen en behoeften van deze doelgroep zodat ik mijn lesdoelen hierop kan afstemmen. Ik ga ervoor zorgen dat ik in eerste instantie een relatie creëer met deze studenten. De studenten zullen  eerder dingen van je overnemen als je een goede relatie met ze hebt. Communiceer in de taal van de doelgroep, maar geef ze wel duidelijk de regels mee. Deze regels moeten zichtbaar zijn voor deze doelgroep en belonen moet centraal staan. Schouderklopje, een box, een lach en een knipoog doen wonderen.

“Educatie is de sleutel tot verandering”

De eerste stap is het creëren van een personal brand voor de verschillende studenten. Overal waar je loopt zie je wel verschillende snackbars, maar deze worden door maar weinig herkend. Anders dan de namen Macdonalds, KFC of Burger king. In een opslag is het voor de consument duidelijk waar het bedrijf voor staat en wat het aanbiedt. Bij personal branding is dat precies hetzelfde. De verschillende studenten moeten zichzelf dus kennen als persoon.

·         De student weet wat zijn sterke punten zijn en moet daarvan overtuigd zijn

·         De student weet waar hij of zij goed in is en weet welke waarde dit heeft voor zijn of haar omgeving

·         De student moet zichzelf kennen en weet om te gaan met zijn of haar negatieve punten

 

Het is voor de docent nu duidelijk wie de doelgroep is en wat de wensen en behoeftes zijn van deze doelgroep. Belangrijk gegeven, is dat nu behalve de docenten ook de studenten weten wat de sterke, zwakke punten zijn van zichzelf. Als dit duidelijk is, dan kan gekeken worden naar het inrichten van het onderwijs.

 

Actief vergaren van kennis

Door de studenten zelf te laten ontdekken en door interactie tussen student en docent, leren de studenten meer en blijft de kennis ook hangen. Als studenten leren door zelf te ontdekken onthouden zij de vergaarde informatie ook veel langer. De studenten moeten actief betrokken worden bij het leerproces. De studenten moet dus niet alleen consumeren tijdens een les, maar ook produceren. De student neemt de les dan niet alleen waar, maar is dan daadwerkelijk een onderdeel van de les. De docent bespreekt de gegeven kennis met de student en geeft de student de kans voor input. Zo creëer je meer begrip en beter leren. De manier waarop de studenten de kennis hebben opgedaan, bepaalt in welke mate deze kennis daadwerkelijk word vastgehouden. Indien een student onderdeel is van een belevenis kan dit ervoor zorgen dat de kennis en de student dus een voldaan gevoel heeft.

Experience binnen het onderwijshttps://sparkinsight.wdfiles.com/local--files/factlets/cone_of_learning.png

 

Leeromgevingen

De leeromgeving ( in de breedste zin van het woord) speelt een belangrijke rol in de mate waarin leerlingen kennis opdoen en onthouden. Alle hulpmiddelen moeten bewust worden uitgekozen. De hulpmiddelen moeten aansluiten op de belevenis die jij als docent in een les wilt creëren. De nieuwe vormen van media brengen veel nieuwe mogelijkheden met zich mee. Dit biedt nieuwe kansen voor het onderwijs. Het creëren van belevenissen binnen het onderwijs bevat drie leeromgevingen, namelijk de informatieomgeving, de interactieomgeving en de doe-omgeving.

 

De Informatieomgeving

De informatieomgeving is de omgeving waar de student de kennis vandaan kan halen. Dit kunnen boeken zijn die gedurende de lessen gebruikt worden. De student kan ook het internet raadplegen indien de docent aan de studenten meegeeft dat het een onderdeel is van de informatieomgeving. Tegenwoordig gebruiken veel scholen online platforms waar je PowerPoints kunt vinden van de gegeven lessen. Dit valt ook duidelijk binnen de informatieomgeving van een student. Het draait hier vooral om de informatie bronnen. De informatiebronnen moeten te allen tijde beschikbaar zijn voor de studenten.

 

De interactieomgeving

De interactieomgeving staat voor het sociale aspect, het samenwerkend leren. Door samen de informatie te verwerken en de kennis op te bouwen, kunnen de leerlingen de eigen betekenis delen met de anderen en ontstaat er uiteindelijk meer kennis. Dit kan gebeuren door te discussiëren, samen problemen oplossen of informatie uitwisselen. Hieraan moeten wel duidelijke eisen worden gesteld, zodat iedereen actief deelneemt (Lowyck & Verwij, 2009). Bijvoorbeeld door de eigen aantekeningen of de lessen gezamenlijk te bespreken. Vanuit deze interactie krijgen de leerlingen de gelegenheid kennis interactief op te bouwen door middel van sociale discourse (Jacobs et al., 2009). Belangrijk voor het succes van dit model is de rol van de gespreksleider. De leerlingen gaan onderling in discussie, waardoor er zogeheten ‘peer-review’ plaatsvindt, leeftijdsgenoten leren van elkaar (Ning & Downing, 2010).

 

In de discussie worden ze begeleid door een vaste leider. Idealiter is dat ook een peer, een leeftijdsgenoot, die het vak al met succes heeft afgerond, maar dit kan ook een docent zijn (Ning & Downing, 2010). Het is in ieder geval belangrijk dat de gespreksleider kennis heeft van de sociaal constructivistische leertheorieën en de leerlingen in het gesprek in de juiste mate kan begeleiden. Dat wil zeggen, niet te veel maar ook niet te weinig begeleiding. De gespreksleider moet op de hoogte zijn van de leerstof. Door leiding te geven aan de discussie, verschillende standpunten te introduceren en conflict en competitie in de hand te houden, zorgt de gespreksleider ervoor dat de leerlingen de stof op een juiste manier verwerken. Deze vorm van interactief leren en informatie verwerken is via diverse onderzoeken al als succesvol bewezen (Jacobs et al., 2008; Ning & Downing, 2010).

 

Het hierboven genoemde ‘probleemoplossend leren’ en het ‘Supplemental Instruction Model’ zijn voorbeelden binnen de interactieomgeving van samenwerkend leren. Een andere vorm van interactie kan ook competitie zijn. Het toepassen van een competitie-element kan de betrokkenheid en motivatie van leerlingen vergroten. Hierdoor gaan de leerlingen meer actief met de informatie en kennis aan de slag, wat vervolgens weer leidt tot betere informatieverwerking (Prince, 2004; Gratama van Andel, 2010; Jacobs et al., 2008). Het is echter wel belangrijk dat het competitie-element niet het samenwerkend leren tegengaat. Beide vormen moeten naast elkaar kunnen bestaan.

 

Er zijn vijf voorwaarden die opgesteld kunnen worden als vereisten voor een succesvol gebruik van competitie.

 

Vijf voorwaarden voor succesvol leren door competitie (Gratama van Andel, 2010)

 

1. Wanneer competitie wordt ingezet tijdens een laagdrempelige, relatief onbelangrijke activiteit, dan leidt het tot plezier, enthousiasme en ontspanning.

2. Studenten raken gemotiveerd door een competitie-element als ze het idee hebben dat er een reële kans bestaat dat ze kunnen winnen.

3. Wanneer er geen criteria zijn waar studenten hun kennis en vaardigheden aan kunnen toetsen, kan het zelf evaluerend werken als ze zich met elkaar vergelijken.

4. De criteria voor wat goed of fout is, moeten helder zijn. Duidelijke procedures en regels om de winnaar te bepalen, zijn een belangrijke voorwaarde om een competitie goed te laten verlopen.

5. Iedere student moet de voortgang van zijn medestudenten kunnen zien of bijhouden, zodat ze kunnen zien waar ze staan in de competitie.

 

Om samenwerkend leren en competitie succesvol naast elkaar in het leerproces te laten terugkomen, moet er rekening worden gehouden met drie elementen.

 

·         Ten eerste moeten de vijf voorwaarden voor succesvolle competitie worden gehanteerd.

 

·         Ten tweede moeten de voorwaarden voor succesvol samenwerkend leren worden toegepast. Voorwaarden voor succesvol samenwerkend leren zijn: een kleine groep, groepsgevoel, met duidelijk nut, een groep die alle deelnemers bij het leren betrekt, waarbij de deelnemers elkaar zien als specialist en opleider

 

·         Ten derde moet competitie niet voortdurend worden ingezet. Om competitie en samenwerkend leren naast elkaar te kunnen laten bestaan, moet samenwerkend leren de overhand hebben (Gratama van Andel, 2010).

 

 

Doe-omgeving

 

Tot slot is er de doe-omgeving. Dit wordt voornamelijk toegepast om vaardigheden aan te leren aan de hand van zelfstandige doe-opdrachten, gevolgd door duidelijke feedback (Lowyck & Verwij, 2009). De taken die aan de leerlingen worden gegeven dienen van gemiddelde moeilijkheidsgraad te zijn. Te makkelijke opdrachten en te moeilijke opdrachten zullen hun doel niet bereiken. Motivatie speelt ook een belangrijke rol bij het al dan niet succesvol uitvoeren van de opdrachten. Het is dan ook van belang dat de opdrachten aansluiten op de persoonlijke belevingswereld van de leerlingen.

 

Conclusie

Het creëren van belevenissen binnen het onderwijs vergt wel enige aanpak, maar kan erg succesvol zijn. Het past heel goed bij kleinschalig onderwijs, omdat de doelgroep dan goed in kaart gebracht kan worden. De student komt voortaan niet alleen consumeren, maar ook produceren en is dus daadwerkelijk een onderdeel van de les. Het onderwijs moet aansluiten op de belevingswereld van de doelgroep, dat is de sleutel tot goed onderwijs.

 

“De beste docent is jouw laatste fout”

 

 

 

 

 

 

x